2.03. Marktindicatoren: Bullish Percent Index

De opbouw van de indicator

De Bullish Percentage Indicator (BPI) werd ontwikkkeld door Abe Cohen in 1950. De waarde van de indicator wordt bepaald door het aantal aandelen, genoteerd op een beurs, die een aankoop- of verkoopsignaal geven op basis van het Point & Figures patroon.

In de Point & Figure grafieken worden de koersbewegingen weergegeven door middel van kolommen van kruisjes (stijgende koers) of rondjes (dalende koers). Bij een voortgaande stijgende koers (stijgende trend) worden in dezelfde kolom kruisjes bijgetekend. Bij een voortgaande dalende koers (dalende trend) worden in dezelfde kolom met rondjes nieuwe rondjes bijgezet. Indien de trend wisselt, wordt een nieuwe kolom gestart met het andere teken. Indien er geen koerswijziging plaatsvindt, wordt er geen teken geplaatst.

Eerder basic, maar zo bepaalden technische analisten de trend van een aandeel voor het computertijdperk.

      

Indien een kolom met “X” hoger gaat, dan spreekt men van een koopsignaal voor het aandeel.

Indien een kolom met “O” lager gaat, dan spreekt men van een verkoopsignaal voor dit aandeel.

Hieronder de S&P500 Bullish Percent Index grafiek. De laatste waarde is 72,40%. Dit betekent dat dan 72,4% van de S&P500 aandelen of 362 aandelen een “bullish” of stijgend signaal optekenen.

Bron: StockCharts

Interpretatie van de indicator

De Bullish Percentage Index (BPI) heeft als grote verdienste, dat de actieve belegger in één oogopslag kan zien of de markt zich heel optimisch (overgekocht, met kans op neerwaartse correctie) of net heel pessimistisch (oververkocht, met kans op een stijging) gedraagt.

Wat de S&P500 betreft, bevindt de index zich in een optimistische fase als de BPI door de 70% grens stijgt. De pessimistische fase start bij het dalen door de 50% grens.

Een actieve belegger kan aan de hand van de stochastics indicator instap- en uitstapsignalen bepalen. Een stochastics geeft een verkoopsignaal af wanneer de %K lijn door de 80% stijgt en daarna neerwaarts de %D lijn snijdt. Daalt de %K lijn door de 20% en kruist deze de %D lijn daarna opwaarts, dan spreekt men van een koopsignaal.

Indien de S&P500 index in een pessimistische fase zit en de stochastics indicator geeft een koopsignaal (groene balk), dan neemt de actieve belegger een long positie in.
Indien de S&P500 index in een optimistische fase zit en de stochastics geeft een verkoopsignaal (rode balk), dan kan de belegger overwegen zijn long posities te sluiten of af te bouwen.Tussen de 70% en 50% grens is vooral de richting van de BPI van belang om de trend van de S&P500 in te schatten.

Copyright 2015 - 2016 - Disclaimer - Over ons - PrivacyContact

Back to Top